Waarom gelovigen gevoelig zijn voor populisme

Ik weet nog dat wij vroeger thuis De Schuilplaats van Corrie ten Boom lazen. Rode wangetjes, niet alleen vanwege het spannende verhaal van deze Haarlemse verzetsfamilie in de Tweede Wereldoorlog maar ook vanwege het feit dat een van onze geloofsgenoten in de naam van Jezus haar leven en dat van haar familieleden in de waagschaal stelde om Joden te redden. In mijn beleving van het verhaal was het juist het geloof van deze familie ten Boom dat hen in staat stelde om moedig het hoofd te bieden aan de nazi. Sterker nog, het chiliastische geloof (d.w.z. het geloof in een komend duizendjarig rijk na de wederkomst van Christus) gaf aan de ten Boom familie een bijzonder perspectief dat het voor hen mogelijk maakte de bezetting van de nazi’s te verstaan als een satanische aanval op Gods oogappel, het Joodse volk. Verzet namens God. Mooier kon het niet.

Ik ben later gaan beseffen dat, hoewel het geloof van de ten Boom familie een bepaald argument naar voren schoof, het toch niet het geloof zelf was dat van deze familie moedige mensen had gemaakt. Of, laat ik het anders zeggen, want ik kan niet spreken voor de Ten Boom familie, geloof is in het algemeen niet iets dat mensen moedig maakt. En er is ook niets in gelovigen (of in het geloof) dat hen beter bestand laat zijn tegen populisme. Het is dan ook niet vreemd dat verzet tegen de nazi’s in Nederland zowel door gelovigen (Trouw) als ongelovigen (Vrij Nederland) bedreven werd.

Ik heb het vermoeden dat, in het algemeen gesproken, religieus geloof een zekere kwetsbaarheid met zich meebrengt. Geloof op zich maakt mensen niet moedig, maar zadelt ze wel vaak op met allerlei ideeën die niet bepaald behulpzaam blijken als het gaat om to ontpoppen tot verantwoorde en moedige burgers die hun vrouwtje (en mannetjes) weten te staan in moeilijke tijden. Als er een populist komt die een taal weet te spreken die op een of andere manier gelovigen aanspreekt, dan kunnen ze zo maar ingepakt worden.

Het verhaal van de Schuilplaats wordt bijvoorbeeld gecontrasteerd door een ander “christelijke” geschiedenis in dezelfde oorlog. In Duitsland was een groot deel van de christelijke kerken overstag gegaan in hun support voor Hitler. Hun beweging heette Deutsche Christen, de Duitse Christenen. Voor hen was Hitler de belichaming van de christelijke leider waar zij als Duits volk naar smachtten. De Führer zou het Duitse volk leiden tot hun eigen raciale emancipatie en zo de droom van een Duits (en onjoods) christendom verwezenlijken. Ze deden van harte mee met de buitensluiting van Joden uit de Kerk (de zogeheten arische clausule) en boden vervolgens geen protest tegen het antisemitisme dat daarna in alle hevigheid losbarstte. De Deutsche Christen vervulden hun aandeel in het nazidom juist vanuit hun christelijke overtuiging. Zij zagen overeenkomsten tussen de populistische nazi-ideologie en het geloof.

Individuele gelovigen mogen dan opmerkelijk veel moed op kunnen brengen, maar ik vermoed sterk dat gelovigen als groep minstens net zo kwetsbaar zijn als jan publiek dat remmeloos door populisten bespeeld wordt. Ik ga daarom een stapje verder: gelovigen zijn extra gevoelig voor populisme. Ik ben tot de slotsom gekomen dat er maar liefst zes redenen zijn waarom gelovigen—meer dan ongelovigen—kwetsbaar zijn voor de invloed van populisme. Deze kwetsbaarheid geldt voor zowel fundamentalistische als vrijzinnige gelovigen, maar wel op verschillende manieren.

1. Een grote scheiding tussen Kerk en staat

Conservatieve gelovigen leven vaak in een bubbel. Ze hebben zich afgezonderd van de wereld omdat die verdorven is en zijn dan vaak ook niet voldoende kundig van wat er in de wereld gebeurt. Er is vaak ook een gebrek aan betrokkenheid bij de overheden. Sommigen hebben reeds het gevoel dat ze zich in een apocalyptische situatie bevinden waarin de kleine kudde weldra onderdrukking staat te wachten. Dit spanningsveld tussen geloof en wereld, geloofsgemeenschap en overheid, kerk en staat, gecombineerd met onvoldoende bestuursbetrokkenheid en -ervaring maakt dat de groep vatbaar is voor populistische kritiek die gericht is tegen de overheid en de gevestigde orde.

2. Apocalyptische verwachting

Sommige groepen, met name die door het Angelsaksisch protestantisme van de 19de en 20ste eeuw beïnvloed zijn, leven reeds in een voortdurende apocalyptische verwachting. De eindtijd zal weldra aanbreken waarin de antichrist en zijn valse profeet hun opwachting zullen maken. Je zou misschien verwachten dat zulke gelovigen behoorlijk immuun zijn voor een grote Verleider, maar niets is minder waar. Iemand hoeft alleen maar de juiste snaar te raken, nl. die van gevoelens van marginalisering en onderdrukking, en die iemand hoeft maar net in staat te zijn om ook het politieke tij te keren, en daar gaan ze. Dat dit zomaar mogelijk is, heeft de verbazingwekkende alliantie tussen Trump en de evangelische christenen in Amerika wel aangetoond.

3. Geestelijke stokpaardjes

Conservatieve gelovigen hebben een geheel eigen kijk op de wereld. Vaak is er een single-issue mentaliteit die het kiesgedrag of de massale keuze voor een bepaald politiek program bepaalt. Deze geestelijke stokpaardjes kunnen allerlei vormen aannemen. Ik denk bijvoorbeeld aan het standpunt inzake abortus dat in Amerika bijvoorbeeld zo’n polariserende werking heeft dat andere belangrijke zaken volledig buiten beeld vallen. Eén zo’n issue wil ik hier behandelen: de idolate houding bij sommige groepen christenen t.a.v. de staat Israël.

De apocalyptische interpretatie van de eigen tijd gaat ook vaak gepaard met een idolate hounding ten opzichte van de staat Israël. Wat beide zaken verbindt is de zogenaamde bedelingenleer. Een bedeling is een tijdvak dat wordt gekarakteriseerd door een bepaald handelen van God met de mensheid. Sinds de oprichting van de staat Israël zijn we niet ver van een bedeling, zo wordt geloofd, waarin Israël weer Gods instrument van genade wordt. Los van de vraag of zo’n idolate houding ten opzichte van Israël gerechtvaardigd is, vergt het niet veel fantasie om te zien hoe de dwepende liefde voor Israël het gezond verstand kan vertroebelen.

Zulke christenen lopen misschien niet zo snel een Hitler achterna (want die was antisemitisch), maar blijken wel gevoelig voor de vleierijen van Trump en Wilders gericht aan het adres van Israël. Van pro-Israël mensen kun je dus heus wel moedige mensen krijgen (denk aan Corrie ten Boom en de Schuilplaats), maar “Israëlatrie” kan evenzogoed juist leiden tot verblinding en verdwazing, omdat het samenhangt met een interpretatie van de wereld die niet noodzakelijkerwijs recht doet aan de werkelijkheid. (En, nee, mijn kritische houding hier heeft niets te maken met antisemitisme.)

4. Gij zult de overheden gehoorzamen

Wanneer de populist eenmaal aan de macht is gekomen, doet zich een ander probleem voor: de neiging om de staat blindelings te gehoorzamen. De apostel Paulus zei toch duidelijk dat we de overheid dienen te gehoorzamen (Romeinen 13)? Gelovigen zijn niet altijd even sterk in het doorgronden van de verhouding tussen staat en Kerk. Dit heeft enerzijds te maken met de doorgaans vrij sterke scheiding tussen Kerk en staat in de moderne tijd in het Westen. Anderzijds heeft het ook te maken met bepaalde ideeën ontleend aan de Bijbel. Eén daarvan is de isolationistische politiek die door sommige kerkelijke groeperingen gevoerd wordt.

Een andere is dus de gedachte dat de overheid altijd door God is aangesteld en als zodanig een vertegenwoordiger van goddelijk gezag is. Het maakt niet echt uit wie regeert, we moeten gehoorzamen. Het “geef de keizer wat des keizers is” wordt al te makkelijk vertaald in een “de wereldlijke macht behoort aan de keizer toe; zo wil God dat”. De taak van christenen is vervolgens om zich alleen te bekommeren om de lofprijs in de Kerk, want dát is wat God toekomt; meer niet. Een populistische dictator kan zich dus geen betere onderdanen wensen dan christenen die nooit geleerd hebben om machtsverhoudingen kritisch te bekijken. Communisten, radicalen, en socialisten, die immer bedacht zijn op hoe de demonen van de macht en hebzucht de kop opsteken, hebben dan heel wat betere kaarten in de hand.

5. De andere fundamentalisten zijn de verkeerde fundamentalisten

Conservatieve christenen kunnen in de woorden van de populist soms al te makkelijk een belofte van bescherming horen: bescherming tegen die andere fundamentalisten die fout zijn. Weg met de moslims want die willen ons geloof afpakken en onze cultuur domineren met hun achterlijke religie, is het dan. Een goed voorbeeld vinden we op Urk, waar een reformatorische christen de locale lijsttrekker is van Wilders’ PVV. Zulke fundamentalisten begrijpen niet dat vandaag de moslims aan de beurt zijn en morgen zijzelf.

Voor de populistische leider is niet het conservatieve gedachtengoed heilig, maar de oogmerken van de populistische beweging zelf… én de macht. Of, nog belangrijker, wanneer het populistische beest eenmaal wakker is geworden, heeft niemand het meer in de hand. Van de gelovigen die dachten dat ze veilig waren, zullen meer en meer offers gevraagd worden tot het moment aanbreekt dat die offers groter zijn dan de veiligheid die in ruil daarvoor geboden wordt. Hoe dan ook, hun vreemdelingenhaat is reeds de ontkenning van datgene wat ze hopen te beschermen.

6. De bourgeoisie en haar burgerlijkheid

Vrijzinnige gelovigen denken misschien dat ze er goed van af komen in dit lijstje waarschuwingen, maar dat lijkt maar zo. Zij hebben één groot voorbeeld dat als een potentieel doemscenario boven hun hoofd hangt: Die Deutsche Christen, de beweging van christenen die en masse meeheulde en meewerkte met Hitler. De christelijke bourgeoisie in het Duitse interbellum had blijkbaar niets in huis om weerstand te bieden tegen het fascistische monster. Je kunt natuurlijk stellen dat die situatie uniek was en dat christenen normaal niet gevoelig zijn voor zo’n verleiding. Het is echter veel logischer om te stellen dat als die christenen al te weinig ruggengraat hadden om weerstand te bieden tegen het nationaalsocialisme, er geen garantie is dat wij vandaag stand kunnen houden wanneer populisme de volkeren in beweging brengt.

De bourgeois christen houdt nominaal vast aan zijn geloof, maar is verknocht aan zijn status, zijn maatschappelijk verworven positie, zijn inkomen. De bourgeois christen heeft geen baat bij veranderende machtsverhoudingen, maar zal, wanneer door externe factoren (vluchtelingenvraagstuk, moslimextremisme, klimaatproblemen) aan de poort van de stad gerommeld wordt, makkelijk ten prooi vallen aan de populistische stem die de ander, de gemarginaliseerde, of de vreemdeling, demoniseert. De burgerlijke christen heeft meestal Christus reeds buiten de deur gesloten, omdat het radicale evangelie precies datgene vraagt waar hij bang voor is.

Ik zeg dit niet om gelovigen te schofferen—ik ben zelf christen—maar om duidelijk te maken dat geloof geen garantie betekent voor waarheid. Geloof biedt geen bescherming tegen dwaling. Sterker nog, juist omdat gelovigen vaak menen door hun geloof een speciale band te hebben met God, juist omdat gelovigen menen dat hun relatie met het vleesgeworden Woord een dichter bij de waarheid staan betekent, is hun geloof een potentiële valkuil voor populisme.

Wie aan mijn woorden twijfelt hoeft maar te kijken naar het evangelicalisme in de Verenigde Staten. Deze geloofsgroep, die prat gaat op “bijbels” denken, het volgen van Jezus hoog in het vaandel heeft staan, en streeft naar een zuivere levensstijl, heeft haar geboorterecht verkocht om maar de rode linzen van de macht te mogen proeven. Te zien hoe deze beweging, die van oorsprong een open houding naar buiten had en bewogen was voor een wereld in nood, middels een conditionering door de ideeën van de Moral Majority (een conservatief politieke beweging in de jaren 80) en middels beïnvloeding vanuit de Republikeins partij, verworden is tot een haatdragende, in zichzelf gekeerde, hypocriete beweging die haar morele nemesis, Donald Trump, door dik en dun steunt, is ronduit schokkend. Maar dit, beste lezer, is waar het christelijk geloof toe in staat is.

Gelovigen zijn geen uitblinkers in durf en moed. Natuurlijk zijn er wel mensen, zowel gelovigen als ongelovigen, die hun leven voor de naaste in de waagschaal stellen en bereid zijn moedig weerstand te bieden aan zowel de opkomende populist als de dictator. Deze mensen, gelovigen en ongelovigen, staan hopelijk open voor hun naaste en nemen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid om goed bestuur na te streven en het kapitalisme aan de kaak te stellen. Zij zijn echter zwaar in de minderheid. Dat komt omdat mensen, gelovigen en ongelovigen, graag de anonimiteit van de meute opzoeken om vervolgens, bedoeld of onbedoeld, meegesleurd te worden in de vaart der volkeren.

Het is belangrijk voor christenen, juist in deze tijd van opkomend neo-fascisme, corpo-fascisme, en xenofobie, om zich goed te bezinnen op het feit dat geloof in God meestal weinig inspiratie biedt om moedig te zijn. Voor een christen kan het leven van Jezus een inspiratie zijn, maar dat moet dan wel gepaard gaan met de concrete beslissing zich te ontdoen van al het gruis dat zuiver geloof bezoedelt en verdoezelt. En zulk actief geloof moet ophouden zichzelf als beter te beschouwen dan de communist, de atheïst, of de antiglobalist. Ontdoe je geloof van valse gerustheid!

Josh de Keijzer, Ph.D. Systematic Theology, Luther Seminary, St. Paul, MN, USA. Bonhoeffer scholar. Currently living in the Netherlands.

2 Responses

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Back to Top