Wetenschap en de Irrelevantie van Theologie

Wetenschap en de Irrelevantie van Theologie

Vanaf het moment dat de moderne wereld van zich liet horen is christelijke theologie in de verdediging geweest. Gaandeweg nam die verdediging steeds meer het karakter aan van crisismanagement. Steeds meer mensen vonden dat God niet incarneert, geen wonderen doet, en geen historische realiteit kan zijn. De bijbelse God werd alsmaar meer terrein ontnomen. De resulterende “God of the gaps” had steeds minder onverklaarbare zaken waar die garant voor kon staan en zo de toevlucht toe kon nemen.

Helemaal problematisch werd het met Darwin en zijn evolutietheorie. Sinds 1859, het publicatiejaar van Darwins “Origin of Species”, zijn er talloze gevechten geweest tussen christelijke tegenstanders en atheïstische en agnostische voorstanders van de evolutietheorie waarbij de eersten steevast het onderspit dolven al was het maar in de perceptie van de publieke opinie.

Hoewel ik zelf theoloog ben, is het debat tussen voor- en tegenstanders niet mijn ding. Dat komt enerzijds omdat ik andere interdisciplinaire interesses heb, maar anderzijds omdat het debat vaak vruchteloos gevoerd wordt. En dat irriteert. Een paar dagen geleden, echter, kreeg ik Ouweneels “Waar ben je Adam?” in handen. Mijn vader wilde het voor zijn verjaardag. Vandaar.

Dogma

Ik schrok evenwel van Ouweneels weerstand tegen de evolutietheorie louter omwille van theologische bezwaren. Het lijkt of hij inerrantisme in heeft geruild voor een absoluut dogmatisme. Maar dat is lood om oud ijzer. Uiteindelijk overschrijdt deze theoloog (die ook bioloog is) de grenzen van zijn theologische kennisgebied. Net zoals wetenschap niet kan heersen over theologische discours, kan de laatste niet zomaar de verworven kennis van de eerste terzijde schuiven. Ze horen elkaar te beïnvloeden en te informeren. Tenminste, als wij vinden dat de wereld het waard is om als geheel te zien en indien we als christenen geloven dat alle waarheid Gods waarheid is.

Een dogma is nooit meer is dan een symbool, een verwijzing, het product van een gelovige respons op Gods mysterieuze en nimmer geheel te doorgronden openbaring in Christus. Hoe kun je dan een wetenschappelijke theorie afwijzen op grond van een interpretatieve traditie die niet alleen niet onfeilbaar is maar altijd reeds een in ontwikkeling zijnde traditie is geweest? “Ja maar de zondeval komt in het gedrang!”, wordt er dan gezegd. Ik wil bijna reageren met: heerlijk toch, zijn we eindelijk van die zondeval af. Het was pas Augustinus die met het idee van een zondeval op de proppen kwam, hoor.

Maar, nee, ik slik mijn reactie in. Ik zie nl. absoluut niet waarom ik zou moeten kiezen óf voor zondeval óf voor evolutie. Die twee kunnen perfect geïntegreerd worden. Ik herinner me nog goed het moment dat die synthese, dat verlichtingsmoment, bij mij plaatsvond. Ineens snapte ik veel beter hoe zondig de mensheid is. De mythisch-historische narratief van Genesis 1-3 sluit nauw aan bij de voorstelling van de mens als hoogontwikkelde diersoort die zijn verheven status zo erg misbruikt dat zelfvernietiging op de loer ligt. De zondeval heeft met de evolutietheorie eindelijk een wetenschappelijke onderbouwing. Verlossing was nog nooit nodiger geweest.

Irrelevantie

Maar deze alternatieve interpretatie laat ik verder voor wat die is. Ik wil een alarmbel laten rinkelen over alle theologen die niet bereid zijn om dit soort oplossingen te overwegen en aan te dragen. Eén van de belangrijkste taken van de theoloog is om kennisgebieden te integreren en zo tot een totaal-interpretatie te komen van wereld en God. Theologen hebben dat gedaan vanaf het moment dat Justinus de bijbelse en de Stoïcijnse Logos met elkaar verbond tot Hegel die de stervende God van het christendom verbond met de historische ontwikkeling van de Westerse beschaving. Synthese en kritische evaluatie gaan daarbij hand in hand, maar er moet dialoog zijn en geen betweterige of angstige wereldmijding.

De wetenschap met haar wetenschappelijke methode is de meest significante nieuwkomer van de afgelopen 200 jaar in de academie en moet daarom uiterst serieus genomen worden. Kerk en theologie zijn reddeloos verloren als de wetenschap genegeerd wordt. Het leidt ertoe dat het christendom geen enkele relevantie meer heeft omdat het niet langer aansluit bij de kennis die als algemeen waar aanvaard wordt. Het evangelie is dan betekenisloos. Integreren van evolutietheorie en theologie is dus van levensbelang voor de toekomst van theologie en christendom.

Photo by Curtis MacNewton on Unsplash